Adembeheersing, oftewel pranayama, is een belangrijk onderdeel binnen de yoga. Het wordt beschouwd als het krachtigste middel om tot een groter bewustzijn te komen. Misschien lijkt het vreemd om iets wat zo natuurlijk komt, te gaan beheersen en beteugelen. Maar eigenlijk is het net zo wonderlijk dat het belangrijkste wat we 'hebben', onze adem, vaak ook het meest verwaarloosde aspect van ons bestaan is. Doorgaans worden we ons pas bewust van onze adem op momenten dat die juist niet vloeiend verloopt, bijvoorbeeld als we schrikken of nerveus zijn.

Met een onrustige adem is het bijvoorbeeld moeilijk om te mediteren. Door te blijven focussen op de adembeweging krijgen gedachten en emoties de kans zich te tonen en weer te laten verdwijnen, zonder dat het de adem verstoort. En door oefening identificeert men zich minder met de opgekomen emoties. Dit brengt lichaam en geest tot bedaren en zorgt voor een betere concentratie. Ook zorgt goed ademen voor een betere lichaamshouding, doorbloeding en goede weerstand.

In ‘n één-op-één-sessie wordt middels aanraking de adembeweging gevolgd. Heb je mogelijk (last van) een hoge adem (door bijvoorbeeld stress), dan word je in zo’n sessie hiervan bewust gemaakt. Samen stimuleren we je adem te verdiepen.

Tijdens de yogalessen kun je jezelf afvragen, wat bedoelt mijn yogadocent nu met vragen als waar bevindt zich je adem? Is het laag in bekken of buik? Tijdens de ademtherapie is daar specifieke aandacht voor met als resultaat meer ondersteuning en verdieping van de oefeningen.